Wat is influenza?

Wat is influenza?

Monique Janssen | 19 februari 2018

 

Influenza, ook bekend als de griep, is een besmettelijke luchtweginfectie die wordt veroorzaakt door het influenzavirus dat de neus, keel en longen infecteert. Het hoogtepunt van het griepseizoen is  meestal van eind november tot maart, maar dit kan tot en met mei duren. Jonge kinderen, ouderen en mensen met chronische ziekten hebben meer kans op ernstige complicaties als gevolg van de ontwikkeling van de griep. Influenza kan in ernstige gevallen tot ziekenhuisopname of overlijden leiden. [1]

Aangezien het gewone influenzavirus elk seizoen verandert, dienen ook de griepvaccins aangepast te worden. De ernst en prevalentie van de griep wisselt elk seizoen. De griepprik wordt samengesteld op basis van een schatting van welke 3 stammen in een bepaald jaar waarschijnlijk actief zullen zijn, maar de experts schatten dit vaak verkeerd in.

De drie soorten griep zijn de typen A, B en C. Type A en B zijn de virussen die doorgaans verantwoordelijk zijn voor seizoensgriepepidemieën. Type C-influenzavirussen kunnen een lichte luchtweginfectie veroorzaken, maar dit virus veroorzaakt over het algemeen geen griepepidemieën. Er zijn ook subtypen van type A-influenzavirussen die zijn gebaseerd op 2 eiwitten die op het virus worden aangetroffen (afgekort H en N). Een bekend voorbeeld is H1N1 (Mexicaanse griep). Het meest voorkomende influenzavirus in het griepseizoen 2012-2013 was H3N21.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 zijn miljoenen mensen aan de Spaanse griep overleden. In 1957 heeft de Aziatische griep en in 1968 de Hongkonggriep gewoed, waarbij tienduizenden mensen kwamen te overlijden. De  was tussen 11 juni 2009 en augustus 2010 volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) officieel een pandemie.

Wat zijn de symptomen van griep?

Iemand die besmet is met het influenzavirus kan enkele of alle van de volgende symptomen ervaren: [2]

  • Koorts of koude rillingen
  • Hoesten
  • Keelpijn
  • Spier-, lichaams- en hoofdpijn
  • Vermoeidheid
  • Braken en diarree, wat vaker voorkomt bij kinderen met influenza
  • Het verlangen om te gaan liggen

Meestal zal een gezond persoon binnen enkele dagen tot maximaal 2 weken herstellen van influenza. Soms kunnen mensen ernstige complicaties krijgen door influenza, zoals longontsteking, bronchitis of sinus- en oorinfecties. Influenza kan ook een chronische aandoening verergeren, zoals astma. Wanneer influenza dodelijk is, komt dit vaak door een bacteriële infectie, zoals longontsteking, die secundair is aan de griep. [3]

Wat zijn de risicofactoren voor influenza?

Elk jaar gaan ongeveer 820.000 Nederlanders met griepverschijnselen naar de huisarts. Echter:  slechts ongeveer 20% van de mensen met influenza gaat hiermee naar de huisarts. De werkelijke incidentie van influenza is hoger. Schattingen uit de Grote Griepmeting komen op 3 miljoen Nederlanders per seizoen [3a]. Tijdens een gemiddelde griepepidemie in de winter overlijden er in Nederland 250 tot 2.000 personen direct aan de griep of aan de gevolgen ervan. Slachtoffers vallen vooral onder ouderen van 65 jaar of ouder en personen met een chronische aandoening. In de winters van 2012/2013 en 2014/2015 waren er meer dan 6000 dodelijke slachtoffers te betreuren. Mogelijk zijn de jaarlijkse sterftecijfers hoger, omdat griep niet altijd wordt gemeld als primaire doodsoorzaak. Elk jaar valt de grieppiek samen met de winterpiek van de sterfte aan long-, hart- en vaatziekten. Aangenomen wordt dat bij een groot deel van de sterfte aan deze aandoeningen een infectie met het influenzavirus een rol speelt, ook al staat influenza niet vermeld op het overlijdenscertificaat.

Mensen met een hoger risico op het ontwikkelen van influenza zijn onder meer: ​​​​[8]

  • Mensen ouder dan 65 jaar
  • Kinderen, vooral kinderen jonger dan 2 jaar
  • Mensen met een chronische ziekte, zoals astma
  • diabetes, long of hartaandoeningen
  • Mensen met een verzwakt immuunsysteem
  • zoals mensen met kanker of HIV / AIDS
  • Mensen die morbide obesitas hebben
  • Zwangere vrouwen

Veel mensen in deze categorieën hebben een laag vitamine D-gehalte in hun bloed.

Hoe verspreidt influenza zich?

Mensen die geïnfecteerd zijn met het virus kunnen 1 dag voordat de griepsymptomen optreden tot 7 dagen nadat ze ziek zijn, besmettelijk zijn. Jonge kinderen of mensen met een zwakker immuunsysteem kunnen anderen voor een langere periode infecteren. [9]Er wordt algemeen aangenomen dat het influenzavirus zich kan verspreiden als iemand die geïnfecteerd is, hoest, niest of spreekt, maar dit is nooit bewezen. Van druppeltjes met het influenzavirus wordt gedacht dat ze door de lucht gaan en rechtstreeks door iemand anders via de mond of neus kunnen worden ingeademd. De druppeltjes kunnen ook op een oppervlak terechtkomen en kunnen worden opgepakt en het individu infecteren nadat ze hun ogen, neus of mond hebben aangeraakt. [10] Het piekseizoen voor influenza is op het noordelijk halfrond tegen het einde van het jaar, een tijd waarin het het koudst is en de lucht het droogst is. Door dit klimaat kan het influenzavirus gedurende langere tijd buiten het menselijk lichaam overleven. [11]Zodra een persoon griep heeft gehad, maakt het lichaam in de toekomst antistoffen aan ter bescherming tegen dat specifieke virus. Omdat de influenzavirussen elk jaar veranderen, zullen deze antilichamen het nieuwere virus echter niet bestrijden. Vaccins helpen het lichaam antilichamen aan te maken tegen het meest waarschijnlijke huidige influenzavirus. [12]

Wat is de link tussen influenza en vitamine D?

Vitamine D is een belangrijke factor in de gezondheid van het immuunsysteem. Sommige onderzoeken hebben aangetoond dat er een verband bestaat tussen de vitamine D-status en het risico op het ontwikkelen van influenza. Mensen met een laag vitamine D-gehalte hebben mogelijk een verhoogd risico op het ontwikkelen van influenza. [13]Vitamine D-receptoren bevinden zich op het oppervlak van een cel waar ze chemische signalen ontvangen. Door zichzelf te hechten aan een receptor, sturen deze chemische signalen een cel aan iets te doen, bijvoorbeeld om op een bepaalde manier te handelen, of te delen of te sterven.Er zijn vitamine D-receptoren gevonden op cellen in het immuunsysteem en vitamine D kan aan deze receptoren binden. [14] Vitamine D werkt in het immuunsysteem door het verminderen van de ontstekingseiwitten, die cytokines worden genoemd, en door het verhogen van de hoeveelheid antimicrobiële eiwitten, van nature voorkomende antibiotica, die binnendringende ziektekiemen en virussen vernietigen. Deze combinatie van het verlagen van ontstekingen en het verhogen van antimicrobiële afweermechanismen kan het immuunsysteem van een individu helpen om infecties effectiever te bestrijden. [15-16] Deze acties verminderen ook het risico op het ontwikkelen van longontsteking, de belangrijkste complicatie van influenza die kan leiden tot overlijden. [17]Het immuunsysteem is te onderscheiden in twee typen: adaptief en aangeboren. Het adaptieve immuunsysteem ontwikkelt zich op basis van eerdere blootstelling aan een virus. Het aangeboren immuunsysteem reageert snel op vreemde indringers en de effectiviteit wordt bepaald door de niveaus van immuuncellen en eiwitten die een individu heeft. [18] Lage vitamine D-spiegels kunnen ertoe leiden dat het aangeboren immuunsysteem niet goed werkt. [19]Influenza-epidemieën komen in de winter voor. Vitamine D-spiegels zijn bij grote delen van de bevolking in de winter dramatisch lager. [20] Omdat influenza seizoensgebonden is, wordt gedacht dat vitamine D een factor zou kunnen zijn die iemands kansen op het krijgen van griep kan beïnvloeden, zoals al eerder gesuggereerd door John Cannell in 2006. [21]

Wat zegt het onderzoek in het algemeen over influenza en vitamine D?

De meeste studies die zijn uitgevoerd met betrekking tot influenza hebben aangetoond dat mensen met lagere vitamine D-niveaus eerder griep krijgen. Een studie onderzocht de niveaus van vitamine D bij mensen met prostaatkanker en hun immuunrespons op het griepvaccin. Uit deze studie bleek dat mensen met hogere vitamine D-spiegels een verbeterde respons op het vaccin hadden, wat betekent dat ze beter zouden worden beschermd tegen het krijgen van influenza. [22] In een ander onderzoek waarin vitamine D en influenza bij mensen boven de 50 werden beoordeeld, bleek echter dat vitamine D-spiegels geen significant effect op hun immuunrespons op het influenzavaccin hadden [23].Uit een onderzoek met gezonde volwassenen bleek dat mensen met een lagere vitamine D-spiegel tweemaal zoveel kans hadden om influenza te ontwikkelen dan mensen met een hoog vitamine D. [24]Meer klinische studies zijn nodig om te bepalen of suppletie met vitamine D kan helpen beschermen tegen het krijgen van griep.

Behandeling en herstel van griep

Er zijn niet veel onderzoeken uitgevoerd naar de evaluatie van het behandeleffect van vitamine D voor influenza, maar sommige onderzoeken hebben een verband aangetoond tussen de vitamine D-status en de duur van de influenza-infectie. Andere studies hebben gekeken naar de gevolgen van influenza, zoals longontsteking of overlijden, bij grote influenza-epidemieën die in het verleden hebben plaatsgevonden. Een studie, waarin werd gekeken naar de sterfgevallen in relatie tot de grote grieppandemie in 1918-1919, vond dat de gebieden in de Verenigde Staten met de laagste griepgerelateerde sterftecijfers de hoogste hoeveelheden UVB-licht hadden, nodig voor het lichaam om vitamine D aan te maken. Ze vonden ook dat de meeste sterfgevallen als gevolg van griep voorkwamen in gebieden met de laagste hoeveelheden UVB-straling. [25] Mensen met voldoende vitamine D niveau kunnen sneller herstellen van influenza dan mensen met lage vitamine D status. Een onderzoek toonde aan dat mensen met vitamine D-spiegels boven 38 ng/ml (95 nmol/l) gemiddeld na 2 dagen herstelden van influenza; terwijl mensen met een vitamine D-spiegel van minder dan 38 ng/ml gemiddeld 9 dagen nodig hadden om te herstellen van influenza. [26]

Wat zegt recent onderzoek over vitamine D en influenza?

In een Amerikaans experiment kregen oudere Afro-Amerikaanse vrouwen ofwel 800 IE vitamine D per dag gedurende 2 jaar, daarna 2000 IE per dag het derde jaar, of een placebo. De onderzoekers keken hoe vaak deze vrouwen in de loop van de drie jaar griep kregen. Uit het onderzoek bleek dat: [27]

  • De vitamine D-groep minder influenzasymptomen had in vergelijking tot de placebogroep.
  • Slechts één persoon in de vitamine D-groep influenza kreeg terwijl de dosis gedurende één jaar op 2000 IE per dag lag. Er waren echter 30 gevallen van influenza of verkoudheid in de drie jaar bij de placebogroep.
  • De placebogroep vertoonde in de winter griepsymptomen, terwijl de mensen die besmet raakten in de vitamine D-groep symptomen hadden, onafhankelijk van het seizoen.Dit experiment suggereert dat vitamine D, vooral bij hogere doses, kan helpen beschermen tegen seizoensinfluenza. De onderzoekers concludeerden dat vitamine D-supplementen nuttig kunnen zijn om de griep te voorkomen, maar meer experimenten zijn nodig om dit te bevestigen.Een ander experiment evalueerde de effecten van vitamine D-suppletie op het influenzarisico bij Japanse schoolkinderen. De onderzoekers gaven kinderen in de winter gedurende de winter 3 maanden 1200 vitamine D per dag, of een placebo. Ze ontdekten dat: [28]
  • Meer kinderen in de placebogroep influenza A kregen dan kinderen in de vitamine D-groep.
  • Er een preventief effect was van 1200 IE vitamine D per dag op kinderen die influenza A kregen.De onderzoekers concluderen dat het nemen van 1200 IU vitamine D bij kinderen kan helpen bij de bescherming tegen seizoensgriep A. In dit onderzoek was er geen effect van vitamine D op influenza B, mogelijk omdat vitamine D op verschillende manieren kan reageren op de inflammatoire eiwitten in de virussen.In een onderzoek uit 2011 werd gekeken naar vitamine D-spiegels en luchtweginfecties, zoals influenza, bij een grote groep Britse volwassenen. De onderzoekers ontdekten dat: [29]
  • Voor elke 4 ng/ml (10 nmol/l) meer aan vitamine D-gehalte in het lichaam de kans op het ontwikkelen van influenza 7% lager was.
  • Er een seizoenspatroon van influenza te zien was, gelijk aan het seizoensgebonden patroon van vitamine D-spiegels.
  • Influenza-infecties afnamen ​​wanneer het vitamine D-gehalte toenam. Echter, aangezien deze studie observationeel was, konden de onderzoekers niet met zekerheid concluderen of hogere vitamine D-spiegels beschermd zijn tegen de griep. 

De belangrijkste conclusies uit onderzoek

  • Mensen die influenza krijgen, hebben vaker een lage vitamine D-spiegel.
  • Vitamine D kan ontstekingen veroorzaakt door het influenzavirus helpen verminderen en het aantal antimicrobiële eiwitten, die de virussen bestrijden, verhogen.
  • Influenza-infecties nemen toe in de winter, wanneer zoals bekend is ook het vitamine D-gehalte bij de meeste mensen daalt.
  • Sommige experimenten hebben aangetoond dat het nemen van vitamine D-supplementen de kans op het krijgen van influenza kan verminderen.
  • Het hebben van hoge vitamine D-spiegels kan de hersteltijd van een influenza-infectie helpen verkorten.
  • Sommige onderzoekers adviseren hogere vitamine D-spiegels om tegen influenza te beschermen. 

Wat betekent dit voor mij?

Wanneer het winter(griep)seizoen aanbreekt, dan is het zeker raadzaam een vitamine D-supplement te nemen om een ​​vitamine D-status te handhaven tussen 100-200 nmol/l. In Nederland geldt het advies voor iedereen: dagelijks 10 microgram (400 IE) vitamine D. Alleen mensen van boven de 70 moeten 20 microgram (800 IE) per dag binnen krijgen.  Wanneer je griep hebt, kan je voor een periode van vijf dagen de hoeveelheid vitamine D omhoog brengen met extra vitamine D-suppletie. Vitamine D mag echter niet je medicatie vervangen. Raadpleeg je arts of therapeut daarom voor meer advies over het nemen van supplementen.

Artikel met toestemming van het Vitamin D Council (www.vitamindcouncil.com) vertaald.

Referencies

[1] Grant, W.B. and E. Giovannucci, The possible roles of solar ultraviolet-B radiation and vitamin D in reducing case-fatality rates from the 1918-1919 influenza pandemic in the United States. Dermatoendocrinol, 2009. 1(4): p. 215-9.

[2] The Centers for Disease Control and Prevention. Seasonal Influenza: Flu Basics, 2015.

[3] Grant, W.B. and E. Giovannucci, The possible roles of solar ultraviolet-B radiation and vitamin D in reducing case-fatality rates from the 1918-1919 influenza pandemic in the United States.Dermatoendocrinol, 2009. 1(4): p. 215-9

[3a] www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/influenza/cijfers-context/huidige-situatie#node-aantal-gevallen-van-influenza-bekend-bij-de-huisarts

[3b] www.rivm.nl/Onderwerpen/M/Monitoring_sterftecijfers_Nederland en www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/influenza/cijfers-context/sterfte#!node-sterfte-als-gevolg-van-influenza en www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/influenza/cijfers-context/huidige-situatie#methoden

[4] Rees, J.R., Hendricks, K., Barry, E.L.,  et al., Vitamin D3 supplementation and upper respiratory tract infections in a randomized, controlled trial. Clin Infect Dis, 2013. 57(10): p. 1384-92.

[5] Molinari, N.A., Ortega-Sanchez, I.R., Messonnier, M.L.,  et al., The annual impact of seasonal influenza in the US: measuring disease burden and costs. Vaccine, 2007. 25(27): p. 5086-96.

[6] Shrestha, S.S., Swerdlow, D.L., Borse, R.H.,et al., Estimating the burden of 2009 pandemic influenza A (H1N1) in the United States (April 2009-April 2010). Clin Infect Dis, 2011. 52 Suppl 1: p. S75-82.

[7] Ortiz, J.R., Neuzil, K.M., Shay, D.K., et al., The burden of influenza-associated critical illness hospitalizations. Crit Care Med, 2014. 42(11): p. 2325-32.

[8] The Centers for Disease Control and Prevention. Seasonal Influenza: Flu Basics, 2015.

[9] The Centers for Disease Control and Prevention. Seasonal Influenza: Flu Basics, 2015.

[10] Mayo Clinic. Diseases and Conditions: Influenza (flu), 2015.

[11] Shaman, J., Jeon, C.Y., Giovannucci, E., Lipsitch, M., Shortcomings of vitamin D-based model simulations of seasonal influenza. PLoS One, 2011. 6(6): p. e20743.

[12] Mayo Clinic. Diseases and Conditions: Influenza (flu), 2015.

[13] Laaksi, I., Ruohola, J.P., Tuohimaa, P., et al., An association of serum vitamin D concentrations < 40 nmol/L with acute respiratory tract infection in young Finnish men. Am J Clin Nutr, 2007. 86(3): p. 714-7.

[14] Lang, P.O. and D. Samaras, Aging adults and seasonal influenza: does the vitamin d status (h)arm the body? J Aging Res, 2012. 2012: p. 806198.

[15] Cannell, J.J., Vieth, R., Umhau, J.C., et al., Epidemic influenza and vitamin D. Epidemiol Infect, 2006. 134(6): p. 1129-40.

[16] Sundaram, M.E., McClure, D.L., VanWormer, J.J., et al., Influenza vaccination is not associated with detection of noninfluenza respiratory viruses in seasonal studies of influenza vaccine effectiveness. Clin Infect Dis, 2013. 57(6): p. 789-93.

[17] Grant, W.B. and E. Giovannucci, The possible roles of solar ultraviolet-B radiation and vitamin D in reducing case-fatality rates from the 1918-1919 influenza pandemic in the United States.Dermatoendocrinol, 2009. 1(4): p. 215-9.

[18] Cannell, J.J., Zasloff, M., Garland, C.F., et al., On the epidemiology of influenza. Virol J, 2008. 5: p. 29.

[19] Yusupov, E., Li-Ng, M., Pollack, S., et al., Vitamin d and serum cytokines in a randomized clinical trial. Int J Endocrinol, 2010. 2010.

[20] Hypponen, E. and C. Power, Hypovitaminosis D in British adults at age 45 y: nationwide cohort study of dietary and lifestyle predictors. Am J Clin Nutr, 2007. 85(3): p. 860-8.

[21] Cannell, J.J., Vieth, R., Umhau, J.C., et al., Epidemic influenza and vitamin D. Epidemiol Infect, 2006. 134(6): p. 1129-40.

[22] Chadha, M.K., Fakih, M., Muindi, J., et al., Effect of 25-hydroxyvitamin D status on serological response to influenza vaccine in prostate cancer patients. Prostate, 2011. 71(4): p. 368-72.

[23] Sundaram, M.E., McClure, D.L., VanWormer, J.J., et al., Influenza vaccination is not associated with detection of noninfluenza respiratory viruses in seasonal studies of influenza vaccine effectiveness. Clin Infect Dis, 2013. 57(6): p. 789-93.

[24] Sabetta, J.R., DePetrillo, P., Cipriani, R.J., et al., Serum 25-hydroxyvitamin d and the incidence of acute viral respiratory tract infections in healthy adults. PLoS One, 2010. 5(6): p. e11088.

[25] Grant, W.B. and E. Giovannucci, The possible roles of solar ultraviolet-B radiation and vitamin D in reducing case-fatality rates from the 1918-1919 influenza pandemic in the United States. Dermatoendocrinol, 2009. 1(4): p. 215-9.

[26] Cannell, J.J., Vieth, R., Umhau, J.C., et al., Epidemic influenza and vitamin D. Epidemiol Infect, 200 Aloia, J.F. and M. Li-Ng, Re: epidemic influenza and vitamin D. Epidemiol Infect, 2007. 135(7): p. 1095-6; author reply 1097-8.. 134(6): p. 1129-40.

[27] Sundaram, M.E., McClure, D.L., VanWormer, J.J., et al., Influenza vaccination is not associated with detection of noninfluenza respiratory viruses in seasonal studies of influenza vaccine effectiveness. Clin Infect Dis, 2013. 57(6): p. 789-93.

[28] Urashima, M., Segawa, T., Okazaki, M., et al., Randomized trial of vitamin D supplementation to prevent seasonal influenza A in schoolchildren. Am J Clin Nutr, 2010. 91(5): p. 1255-60.

[29] Berry, D.J., Hesketh, K., Power, C., Hyppönen, E., Vitamin D status has a linear association with seasonal infections and lung function in British adults. Br J Nutr, 2011. 106(9): p. 1433-40.

 

19/02/2018

Gezond worden?

Vraag gerust meer informatie op